Tijdens de laatste vergadering van de Commissie Buitenlandse Zaken van de Kamer vóór het zomerreces, op 15 juli 2026, hebben verschillende parlementsleden de federale regering opgeroepen om een duidelijk en krachtig standpunt in te nemen tegen China's nieuwe Wet op de Etnische Eenheid. Volgens hen dreigt de wet de gedwongen assimilatie van etnische minderheden verder te verankeren en de Chinese repressie ook buiten de landsgrenzen uit te breiden.
Tijdens het debat ondervroegen commissievoorzitter Els Van Hoof en Kamerleden Katrijn van Riet, Britt Huybrechts en Annick Lambrecht vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot over de wet, die op 1 juli 2026 in werking trad.
De parlementsleden uitten hun ernstige bezorgdheid over de gevolgen van de wet voor Tibetanen, Oeigoeren, Mongolen en andere etnische groepen. Volgens hen biedt de wet een juridisch kader om hun culturele, taalkundige en religieuze rechten verder af te bouwen. Daarnaast wezen zij op de verregaande extraterritoriale bepalingen, die het mogelijk zouden maken om ook activisten, academici, ngo's, verkozen politici en leden van diasporagemeenschappen buiten China te viseren.
De commissie wilde weten of België de impact van de wet grondig heeft geanalyseerd, hierover overleg voert met de Europese Unie en de kwestie zowel bilateraal met China als in internationale fora, waaronder de VN-Mensenrechtenraad, zal aankaarten. Ook vroegen de parlementsleden welke maatregelen België neemt om mensen op Belgisch grondgebied te beschermen tegen intimidatie en andere vormen van grensoverschrijdende repressie.
Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot erkende in zijn antwoord dat vooral de extraterritoriale reikwijdte van de wet bijzondere aandacht verdient. Hij verklaarde dat België de ontwikkelingen op de voet volgt en dat zowel zijn ministerie als de Belgische diplomatieke vertegenwoordiging in China de wet grondig analyseren, met bijzondere aandacht voor de mogelijke gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting, de academische vrijheid en andere fundamentele rechten buiten China.
De minister bevestigde bovendien dat België de mensenrechtensituatie van verschillende bevolkingsgroepen in China consequent blijft aankaarten, zowel in bilaterale contacten als binnen de Europese Unie en multilaterale fora. Meldingen van grensoverschrijdende repressie worden volgens hem ernstig genomen, terwijl de bescherming van personen in België onder de verantwoordelijkheid valt van de Belgische veiligheids- en inlichtingendiensten.
In hun slotreacties benadrukten de Kamerleden dat België en de Europese Unie helder en daadkrachtig moeten reageren. Zij waarschuwden ervoor economische belangen niet boven de mensenrechten te plaatsen en riepen op tot blijvende internationale aandacht voor de situatie van Tibetanen, Oeigoeren, Mongolen en andere gemeenschappen die worden getroffen door China's assimilatiebeleid.
Het debat illustreert de groeiende bezorgdheid binnen het Belgische parlement over de gevolgen van China's Wet op de Etnische Eenheid. Steeds meer wordt erkend dat het niet gaat om een louter binnenlandse Chinese wet, maar om een maatregel met mogelijk verstrekkende gevolgen voor de mensenrechten, culturele vrijheid en de veiligheid van diasporagemeenschappen wereldwijd. Voortdurende waakzaamheid en een gecoördineerde Belgische en Europese aanpak zullen essentieel zijn om deze uitdagingen het hoofd te bieden en de internationale mensenrechtennormen te verdedigen.
Bron: Tibet.net
Reactie plaatsen
Reacties